Annemieke Alberts

VERTEKENDE WERKELIJKHEID

In Istanbul zag ik een paar jaar geleden een bijzonder fotowerk van een jonge kunstenaar. Zijn naam ben ik vergeten, zijn werk niet. Het bestond uit honderd foto’s die hij vanuit zijn atelier op de vijfde verdieping had gemaakt van een pleintje waar jongeren elkaar ontmoeten. Door het ongebruikelijke perspectief werden de figuren en hun handelingen diffuus en vertekend. Die vertekening zorgde voor suggestieve, spannende taferelen, die de fantasie prikkelden. Een doordeweeks wijkpleintje kreeg de allure van een opwindende ontmoetingsplaats.

Hier moest ik aan denken toen ik de langlopende serie schilderijen ‘In de ruimte’ van Annemieke Alberts (1963) zag. In die werken kijkt ze neer op mensen die elkaar ontmoeten of gewoon passeren, tegenkomen. Door het hoge perspectief zijn ze ‘vervormd’. Bij een foto zijn ze uiteindelijk wellicht nog wel identificeerbaar, maar Alberts weet het suggestieve, het mysterieuze en het spannende te versterken, omdat ze op een losse, expressionistische manier schildert. Bovendien brengt ze de verf dun aan op het doek, zodat hij af en toe weet te ontsnappen en zijn eigen weg gaat. Verglijdende contouren en druppels zijn het gevolg. Omdat ze de ruimte waarop de ‘ontmoetingen’ plaatsvinden op geen enkele manier invulling geeft – het zijn meestal beweeglijke, vlekkerige witte vlakken zonder identiteit – slaagt ze erin de fantasie nog een extra duwtje in de rug te geven. Een doodnormale gebeurtenis verandert ze, evenals haar jonge Turkse collega, in een spannende scène. Non-fictie transformeert ze tot fictie.

Dat Alberts goed kijkt en oog heeft voor dergelijke gewone ongewone situaties blijkt ook uit haar, eveneens langlopende serie ‘Bespiegelingen’. Het zijn opnieuw ruimtelijke doeken die de kijker, in dit geval, bewust maken van spiegelingsituaties. Een uitzicht uit een trein combineert een landschap met het spiegelbeeld van een passagier of dat van een medepassagier. Grote ramen in een gebouw vermengen op een vertekende manier de binnenwereld met de buitenwereld. Zo kan het zijn dat figuren in die binnenwereld een tweede leven lijken te krijgen in die buitenwereld. Veilige ruimtes krijgen spookachtige trekjes. Opnieuw is het haar bijzondere schilderstijl die de suggestie, de vervreemding en de vervorming versterkt. Alledaagse ruimtes worden in de ogen en handen van Annemieke Alberts ongewone, gelaagde, mysterieuze kijkdozen. Uitzichten worden inzichten. Spiegelingen worden bespiegelingen.

Menig kunstenaar kiest voor meer media om zich in uit te drukken. Annemieke Alberts houdt het op schilderen. Eén werk volstaat om te verklaren waarom. Ze houdt van schilderen. Dat stralen haar schilderijen uit. Ze houdt van het proces waarbij ze moet zoeken naar structuur en vorm, maar waarbij ze tegelijkertijd de verf de vrijheid kan geven, waarbij ze open staat voor de kracht van het toeval. Ze schrikt niet terug voor grote doeken. In werken van 180 X 200 cm. kan ze des te uitbundiger toegeven aan haar schilderplezier. Het verbaast me daarom ook niet dat ze voor een expressionistische stijl kiest, vergelijkbaar met die van bijvoorbeeld de Engelse kunstenaar Peter Doig en de Duitser Daniel Richter. Daarin kan ze zich ten volle uitleven. Daarmee geeft ze zichzelf de grootst mogelijke vrijheid om de werkelijkheid naar haar hand te zetten.

Veel kunstenaars hebben ‘een verhaal’ dat ze willen vertellen en zoeken daar een vorm bij. Het is de kunst, letterlijk en figuurlijk, om inhoud en vorm zo met elkaar te laten versmelten dat ze niet alleen de indruk wekken dat ze voor elkaar bestemd zijn, maar ook dat ze de kwaliteit van het werk naar een hoger niveau tillen. Het 1 X 1 = 3 principe. Of, zoals de Engelse Cecily Brown het uitdrukt, “(…) paint and image transform together into a third and new thing (…)”.
Dat is bij Annemieke Alberts het geval.

Tekst: Rob Perrée (februari 2011)

Comments are closed.