Barbara Guldenaar

Barbara Guldenaar is een graag geziene gast en kunstenaar van de galerie. Haar verhalende tekeningen op papier en keramiek zijn te zien geweest in solo-tentoonstellingen, installaties en in de jaarlijkse groepstentoonstellingen Haring.

Werken op papier

Keramiek

Haringvangst

In 2012 schreef Ingrid Guldenaar over haar zus de volgende inleiding:

Dag en nacht

Guldenaar is een echte werkbij, ze maakt de dagen net zo lang tot ze tevreden is, waarbij haar veelkleurige iPad-tekeningen vlak voor het slapen gaan ontstaan. Het creatieve proces krijgt een boost als blijkt dat de helwitte achtergrond van de iPad niet volstaat als canvas voor haar tekeningen. De iPad opent hiermee een heel nieuw palet voor de kunstenaar, waarbij vlammende kleuren en amorfe vormen je meesleuren een eigen universum in. De rijke kleuren van de iPad-tekeningen zijn op hun beurt een inspiratie gebleken voor het glazuur van de kleitabletten die ook in deze tentoonstelling te zien zijn.

De werken in deze installatie vertellen op het eerste gezicht ieder hun eigen verhaal. Maar als je langer kijkt zie je verbindingen ontstaan tussen de grottekeningen, de afdrukken van fossiele resten in de klei en de maskertjes met grimmige gezichten. Guldenaar legt hiermee haar liefde bloot voor het archeologische, het fossiele. Daarmee borduurt ze voort op het thema van haar afstuderen: amorf-amfoor-amfibie-amor, wat door haarzelf als een soort mantra bestempeld wordt.

Over haar werken op papier en het werkproces schreef Rob Perrée in december 2010 een artikel:

VERTROUWD EN VERVREEMDEND

Er zijn veel kunstenaars die een fotoarchief aanleggen als een soort schatkist van waaruit hun kunstwerken ontstaan. Soms duurt het jaren voordat een foto aan zijn tweede leven begint, soms wordt hem uiteindelijk toch geen renaissance gegund. Sommige foto’s vinden vaker genade.
Barbara Guldenaar (1971) werkt ook vanuit een beeldarchief. Ze maakt vrijwel voortdurend computertekeningen die ze opslaat in computerfiles. De tekeningen zijn te vergelijken met beeldverslagen van een dagelijkse gebeurtenis, alinea’s uit een dagboek, beeldende minireportages van gedachten en ideeën. Vanuit die eenduidige tekeningen ontstaat haar recente werk: verbeelde verhalen.

Ze vertelt die verhalen meestal in een combinatie van twee technieken. De aquarel en de krijttekening. Soms ontbreekt de tekening en staan de waterige kleurvlakken op eigen benen.
Haar tekeningen – zo noemt ze die zelf, het zijn immers werken op papier – hebben een vriendelijke uitstraling. Kleurige, vaak zachte vormen in een veld van wit. Figuren die op de een of andere manier in contact met elkaar (willen) staan. Ze lijken herkenbaar, vertrouwd.
Toch is die eerste indruk misleidend. Wat lijkt op een scène uit de werkelijkheid is veel meer een flard werkelijkheidssuggestie. Wat ik denk te zien is niet wat ik echt zie. Een figuurtje op een wolk heeft in iedere hand een draad. Links zit er een vogel op, rechts een aapje. Is die figuur met kaboutermuts een vrouw of een man? Of een fantasiefiguur? Waar komen die draden vandaan? Waar gaan ze naartoe? Hoezo op een wolk? Wat gebeurt er nou eigenlijk? De titel ‘Wat is waar’ omschrijft wat je als kijker ervaart. Vertrouwd blijkt vervreemding als schaduw te hebben. Soms is die schaduw zelfs wat macaber. In ‘Wachten op de lente’ staan twee Japanse figuren ieder bij een boom. De rechterfiguur lijkt ermee vergroeid, de linkerfiguur staat er nog achter, maar aan haar linkervoet ontluikt iets wat ook aan de takken ontluikt. Bomen én mensen lijken in lentebloei te staan.

Het valt op dat de verbeelde scènes vaak een context van natuur hebben. Niet dat de omgeving valt te identificeren, maar ze wordt ‘bevolkt’ door dieren, takken en bomen. Dat en de inhoud van de werken maken dat ze doen denken aan eigentijdse sprookjes. Aan verhalen die schuren tegen de werkelijkheid, waarin verrassende, opmerkelijke en vreemde dingen gebeuren en waarin ontroering, vrolijkheid en milde wreedheid hand in hand gaan.
Ze brengen die zogenaamd schattige, kawaii schilderijen van Yoshitomo Nara in herinnering. Daarop beleven een soort stripfiguren allerlei wonderlijke avonturen. Die figuurtjes verbergen achter hun vrolijkheid een harde wreedheid. Barbara Guldenaar gaat veel minder ver, al zijn haar scènes soms eng. Bovendien geeft haar ‘onschuldige’ stijl veel meer nuancering aan de hoofdpersonen van die scènes. Nara’s stijl is strak, afgetekend en hard.

In deze presentatie laat de kunstenaar tevens keramiek zien. Geheel in strijd met wat in de ogen van de meeste mensen keramiek hoort te zijn en te doen, vertelt ze ook daarmee sprookjes. Haar objecten ogen wat slordig, wat achteloos. Wat ze precies voorstellen is niet helemaal duidelijk. Welke hun onderlinge relaties zijn blijft in het vage. Ze vertellen iets, maar ze laten niet het achterste van hun tong zien.
Barbara Guldenaar maakt naast tekeningen en objecten muurschilderingen. Vaak in opdracht. Omdat ze daarbij gedwongen is een andere techniek te gebruiken, zijn de figuren minder transparant en kwetsbaar. Ze zijn strakker van lijnvoering. Dat ze toch losheid uitstralen, komt door de vrolijke kleuren. Ze doen me denken aan de muurschilderingen van Lily van der Stokker.

Barbara Guldenaar slaagt erin om werken te maken die, zoals ze zelf zegt, haar beeldarchief zichtbaar maken voor haar zoontje. Anderzijds stopt ze in die werken zoveel mysterie en zoveel verborgen verleiders en misleiders dat ze ook de volwassen kijker weet te intrigeren en te boeien.

Comments are closed.