Ineke van Harten

Nieuwe schilderijen van Ineke van Harten
(een artikel van Rob Perrée, december 2012)

DICHTERLIJKE ABSTRACTIE

Kijken naar het werk van Ineke van Harten (1959) is kijken naar abstracte schilderijen waar de verf dik op is aangebracht. Dat klinkt saai, maar dat is het in haar geval zeker niet. Zij slaagt erin abstractie inhoud te geven. Zij slaagt erin verf tot leven te brengen. Haar manier van werken is daar debet aan.

Meestal brengt ze eerst een onderkleur aan op het linnen. Dat kan zwart zijn, maar er zijn vele soorten zwart. Daar begint het proces al. Welk zwart neem ik deze keer? Vervolgens legt ze er andere lagen verf overheen. Olieverf, want die heeft het meeste diepgang. Die lagen brengt ze op verschillende manieren aan. Met kwasten of spatels. Vervolgens gaat ze met een pennetje krassen in die lagen. Daardoor ontstaan er tekens die op zich niet echt iets betekenen, maar die wel kunnen verwijzen naar iets. Tijdens het maakproces zijn het vooral voortekens die een associatief effect hebben. Van Harten laat er zich door sturen. Het kan zijn dat ze het nodig maken een andere verflaag aan te brengen. Het is mogelijk dat ze stimuleren om met een soort slagroomspuit er ronde vormen overheen te leggen. Het is ook mogelijk dat ze het ‘noodzakelijk’ maken de huid opnieuw en anders in te krassen. Het kan zijn dat het werk vraagt om een transparante laag die de structuur van de laatste laag beïnvloedt. Verkorreld. Van Harten reageert op die behoeftes van het werk. Het mag duidelijk zijn dat ze, voordat ze aan een werk begint, nooit meer dan een vaag idee heeft over wat het moet gaan worden. Er zijn wel een paar constanten. Hoewel ze de laatste tijd wat meer kleur gebruikt, is ze daar over het geheel genomen spaarzaam mee. Wit overheerst, grijzen en zwarten schijnen door.

Het resultaat van het werkproces is een doek dat in zijn abstractie associaties oproept. Vooral met landschappen, vaak winterlandschappen, landschappen die tot rust zijn gekomen. Dat is iets anders dan dode landschappen. Verstild is een betere omschrijving. Tot staan gebrachte levendigheid. Zelf spreekt ze ook over innerlijke landschappen.

Het werk van Ineke van Harten doet mij denken aan poëzie. Minimale poëzie. Gedichten die weinig woorden nodig hebben om veel te zeggen. Gedichten waarin de woorden zich omringen met veel wit. Gedichten zoals bijvoorbeeld Jan Arends die schreef:

“Wie

kan zo mager

praten

met de taal

als ik?”

Of:

“Taal

vertakt

en het laatste woord

is een vraag

in de lucht.”

Vervang het woord ‘taal’ door beeld en het werk van Van Harten krijgt er een duiding bij.

Omdat de kunstenaar binnen een werk associatief werkt is het logisch dat dat proces zich ook voltrekt tussen werken. Veel werken komen dan ook in een serie tot stand. Er is een samenhang te zien, zonder dat het ene werk een kopie wordt van het andere. Ze volgen uit elkaar.

Omdat haar abstractie getypeerd kan worden als poëtische abstractie, dus abstractie die ruim baan biedt aan suggesties en interpretaties omdat ze niet alles onder woorden wil brengen, lijken de doeken zich te voegen naar de omgeving waarin ze worden gepresenteerd. Op Texel lijkt het eilandgevoel erin te sluipen. Verstilling is niet ver verwijderd van isolement of zelfs verlatenheid en eenzaamheid. Op microniveau betekent dat, dat zelfs de manier waarop ze worden geïnstalleerd in een ruimte de interpretatie ervan op een ander been kan zetten.

Ineke van Harten werkt met verschillende formaten. De grote doeken trekken de kijker in de fictieve landschappen, de kleine dwingen de kijker dichterbij te gaan staan, waardoor hij een groter inzicht krijgt in het proces dat eraan ten grondslag heeft gelegen.

Een kunstenaar om bij stil te staan.

Comments are closed.