Jeannet Klement

Sign of the times
Over de sociale commentaren in de parktableaus van Jeannet Klement.
Door Emily Kocken (augustus 2013)

Lichtvoetig zijn ze, de recente keramische beelden en tableaus van Jeannet Klement (Amersfoort,1956): plastische commentaren op de vraag wat de mens in feite werkelijk ziet wanneer hij zijn oog over zijn medemens laat gaan, en dan met name buiten in het openbare leven. In een maatschappij die voortdurend aan veranderingen onderhevig is, waar in een steeds hoger tempo wordt ingegrepen in de omgeving en van mensen gevraagd wordt om steeds weer een nieuwe stap in het aanpassingsproces te zetten, verschuift de relatie tussen het indivu en zijn leefomgeving navenant.
Dit spanningsveld, het publieke habitat waarin de mens werkt, speelt, luiert, eet, vrijt of zich zichtbaar om een ander bekommert, is Klement’s werkterrein: van grove klei maakt ze momentopnames van de mens, gebaseerd op haar indrukken en observaties van haar dagelijkse omgeving.

Lading
Klement weet dit subtiele sociaal psychologische spel uit te drukken in een kunstdiscipline die zich daar niet per se toe leent: de keramiek. Observeren en commentaar leveren op de realiteit was eeuwenlang met name voorbehouden aan de beoefenaars van disciplines zoals de schilder- en tekenkunst, en later vooral de fotografie, een medium waardoor het overigens voor ieder mens in feite mogelijk werd om het ogenblik en het onmiddellijke vast te leggen en te manipuleren.
Binnen de hedendaagse kunstpraktijk is fotografie een onwaarschijnlijk grote rol gaan
spelen in het maakproces, in het aanvullen en mede daardoor perfectioneren van de
afgebeelde werkelijkheid, het reproduceren en controleren van de status van het
ogenblik. Ateliers van kunstenaars hangen vol met fotografische afbeeldingen,
representaties van de werkelijkheid van de ander, meestal met een hoog actualiteitsgehalte of van een massaal erkende historische waarde. Ook Klement maakt gebruik van dit soort geleende beelden, zij het in beperkte mate. Voor enkele thematentoonstellingen kreeg ze de gelegenheid om zich te laten leiden door hoogtepunten uit de kunstgeschiedenis, archetypische, iconische werken uit de schilderkunst, werken die vrijwel iedereen kent en waar werkelijk iedereen uit elke laag van de bevolking een mening over heeft: De anatomische les van Rembrandt, De geboorte van Venus van Botticelli, Het Melkmeisje van Vermeer.
Werken waar kunstenaars van verschillende generaties en uiteenlopend statuur eindeloos aan hebben gerefereerd, en waar iedere kunstenaar volgens Klement in zijn werk schatplichtig aan is. Liever laat ze zich leiden door de popcultuur; van de muziek van de bands en muzikanten waar ze sowieso vaak naar luistert, krijgt ze het soms ineens in de schoot geworpen, een titel van een song die vervolgens aan een keramisch werk gaat kleven. Het werk kan af zijn, en door de titel klinkt het antwoord door van een eerder gestelde vraag, maar het kan ook gebeuren dat een titel Klement midden in het productieproces een andere richting in doet slaan of een gekozen kant alleen nog maar meer bevestigt. In titels als What’s the ugliest part of your body (Frank Zappa), Up in smoke (Cheech & Chong), Wonderful world (Sam Cooke), Pleased to meet you (The Stones) en Sign of the Times (Prince) klinkt voor Klement de interesse in de mens en zijn wereld fundamenteel door. Toon en betekenis van de teksten en daarmee ook de titels beslaan een middelgroot spectrum van uitdrukkingswijzen van het menselijke oordeel, variërend van humoristisch, ironisch, sarcastisch, tot oordelend en het andere uiterste, mild de maatschappij accepterend.

Filters
Voor Klement bestaat de werkelijkheid die zij afbeeldt uit een reeks van tijdsbeelden die
weliswaar niet ogenblikkelijk, maar op een gegeven moment wel degelijk volledig
verdwenen zullen zijn. De wetenschap of beter gezegd de overtuiging dat iets niet morgen weg zal zijn, maar er gewoon nog zal zijn, de rust waarmee ze af durft te wachten voordat ze aan een nieuw werk begint, toont aan dat Klement ervan overtuigd is dat de mens die zij observeert – ‘het type mens’ zoals ze zelf zou zeggen – niet van de ene op de andere dag een ander is. Dit vertrouwen dat je zou kunnen uitleggen als een cruciaal element van Klement’s methodiek, is tweeledig, en geldt zowel voor het vertrouwen dat zij in de medemens schept als voor de erkenning van haar kundigheid als mensenkenner en beeldenmaker.
Navraag leert dat ze zichzelf typeert als een observator die niet ingrijpt, omdat er naar haar idee een gezonde afstand nodig is om tot goed werk te komen. De successieve reeks van observaties, de tijd die ze neemt om persoonlijke filters op de feiten los te laten, zorgen er voor dat het werk licht blijft en zich verre weet te houden van het moralistische, wat namelijk wel zou kunnen optreden wanneer ze over een andere, meer directieve houding zou beschikken. Wel bekent ze maatschappelijke misstanden die binnen haar bereik liggen aan te willen pakken, in zoverre dat mogelijk is. Haar achtergrond als sociaal cultureel werker, een vak dat zij een aantal jaren uitoefende in de periode vlak voor haar studietijd aan de Academie voor Beeldende Vorming in Amsterdam (1985 tot 1989) en dat ze na haar afstuderen weer oppakte, leerde haar de menselijke maat van de dingen te zien, ook haar eigen beperkingen. Die sociale betrokkenheid klinkt nog steeds door in haar werk, met name in de parktaferelen. Hieraan hangt een levenslange opdracht die zij zichzelf maar heeft gegeven. Want het zou zomaar eens kunnen dat de parktaferelen uitgroeien tot een groot levenswerk: de losse parkjes kunnen als puzzelstukken aan elkaar worden gevoegd, en wat zou dan mooier zijn dan een presentatie in een enorme ruimte zodat het publiek, weliswaar groter dan de gekleide parkobservaties met zijn menselijke miniaturen, zelfs tot reus gebombardeerd in een kunstzinnige madurodammeske situatie, het hoofd niet aan het plafond hoeft te stoten van verbazing omdat de wereld die ze in klei voorgeschoteld krijgen vertrouwd voelt, en vreemd aandoet tegelijk.

Comments are closed.