Marja Sterck

Fascinatie voor een rijk medium

“Eigenlijk ben ik vooral met fotografie bezig”

Marja Sterck zegt het enigszins aarzelend. Het is een verlaat antwoord op mijn vraag waar haar werk inhoudelijk over gaat. Natuurlijk zijn er volgens haar specifieke onderwerpen, maar die zijn meestal gekoppeld aan de dingen die ze in het gewone leven tegenkomt, die haar op de een of andere manier opvallen of fascineren, op een bepaald moment, op een bepaalde plaats. Of ze worden opgeroepen door de mensen die haar dagelijks leven ‘bevolken’ of door de natuurlijke omgeving die haar leven kleurt.
Maar een vast thema heeft ze niet. Ze wil vooral alle mogelijkheden van het medium foto onderzoeken en uitbuiten. Bij die zoektocht springen er twee aspecten uit: de materialiteit van de foto en het gebruik van licht.

Bij het afdrukken van haar werk experimenteert ze met papiersoorten. Het steeds moeilijker te krijgen bariet is daar een voorbeeld van. Het beeld zakt als het ware in het papier, het contrast tussen zwart en wit is niet erg groot en het papier trekt zich strak om het frame, waardoor er spanning ontstaat tussen de noties zacht en hard. Andere beelden lenen zich meer voor een ink jet afdruk op ‘gewoon’ papier. Het oppervlak verandert daarbij in een tactiel, stoffig vlak. Alsof het beeld er bovenop ligt. Je hebt de neiging er met je vingers aan te komen.
Die techniek geeft bijvoorbeeld de foto van een jonge vrouw, ‘Kris’, een extra dimensie. Het lijkt alsof de voile die over haar hoofd hangt een vertaling vindt in de ‘stoffige’ achtergrond. Beeld en materiaal vermengen zich. Dat is eveneens het geval bij haar fotogrammen. Door kanten vormen op fotopapier te leggen en vervolgens te belichten, gaan vorm en inhoud op in een geheel van kwetsbare transparantie.

Marja Sterck werkt al een tijd met lichtbakken. Daarin worden foto’s van achter aangelicht. Zo ontstaat er diepte, krijgt het beeld accent en wordt het kijken gericht, zeker omdat ze haar onderwerpen vrijwel altijd omringt met een context verdoezelend zwart. Een mooi voorbeeld daarvan is het vierluik ‘Fuck’, vier portretten van puberjongens die door het licht als het ware naar voren worden geduwd en die, omdat ze ieder nog eens één letter van het woord ‘fuck’ over hun gezicht krijgen, tussen twee lagen lijken te hangen. Symbolisch voor de levensfase waarin ze zitten.
In het enorme ‘Bloesem’ gaat het effect nog verder. Bij een foto van in bloei staande fruitbomen heeft ze honderden gaatjes geprikt in de bloesemblaadjes. Het licht valt er letterlijk doorheen. Het lijkt alsof je op je rug onder een fruitboom ligt waar de zon doorheen schijnt. Dit lichtprincipe heeft ze eveneens toegepast bij een mannenportret, geïnspireerd op een portret van een Spaanse Renaissance schilder. De afgebeelde man heeft een kanten kraag om. Golvend, gelaagd. In die kraag zijn gaatje geprikt die licht doorlaten en zo de status van de man lijken te verhogen. Door de losse draadjes aan de kraag niet weg te werken, ondergraaft ze dat effect weer en krijgt de man iets tragisch.

Spelen met licht is tevens de basis van een aantal fotowerken dat als negatief is afgedrukt. Gezichten en lichaamsdelen worden zo uit de realiteit getild. Ze worden surrealistisch, eng zelfs. Die hang naar het vervreemdende, het macabere zit overigens ook in een aantal van Sterck’ bloemenfoto’s. De bloemen zijn uitgebloeid, al enigszins uitgedroogd en staan op het punt uit elkaar te vallen. De dood heeft ze meer dan achterhaald.
In een aantal objecten – geabstraheerde jurken – doen foto’s dienst als werkmateriaal. Ze zijn aan elkaar genaaid en als stof om een provisorische paspop gedrapeerd. De fotoportretten zijn ‘gedegradeerd’ tot patronen, tot decoraties. Intrigerend, nieuwsgierig makend, maar ondergeschikt. Het geheel is vervreemdend, theatraal. Ook al is de mensenhand zichtbaar, de mens zelf ontbreekt.

Uit de ontwikkeling van de fotowerken van Sterck blijkt hoe associatief ze vaak te werk gaat. De ene techniek roept de andere op, het ene beeld leidt haast logisch tot het andere. Ze stelt zich telkens weer voor nieuwe mogelijkheden en moeilijkheden. Het medium foto biedt haar daarvoor alle ruimte.

Rob Perrée – Amsterdam, april 2012

Comments are closed.